Surseance van betaling

Surseance van betaling is een wettelijk uitstel van betaling van 3 maanden, die tot 1,5 jaar verlengd kan worden. Het wordt aangevraagd middels een verzoekschrift dat door een advocaat moet worden ingediend bij de rechtbank. Veelal beslist de rechtbank nog dezelfde dag.

 

De surseance van betaling werkt tegen de ‘concurrente’ schuldeisers. Kort gezegd zijn dat alle schuldeisers die geen wettelijke voorrang hebben zoals Belastingdienst, werknemers, banken e.d.
Daarmee is ook meteen een nadeel van de surseance van betaling gegeven. Want waar de leveranciers wel op betaling moeten wachten, zullen de oude en de lopende verplichtingen aan de schuldeisers wel moeten worden voldaan. Met de Belastingdienst en de bank zijn veelal goede afspraken te maken, maar werknemers zullen doorgaans toch betaald moeten worden. Ook zullen nieuwe leveringen gedurende de surseance van betaling ook moeten worden voldaan.
Daarmee is al gegeven dat een surseance van betaling alleen kans van slagen heeft wanneer er een goed plan aan ten grondslag ligt. Omdat de surseance van betaling vaak als een laatste redmiddel wordt gezien om een faillissement te voorkomen (de aanvraag van een surseance van betaling blokkeert namelijk de faillissementsaanvraag), schort het in de meeste surseances van betaling vaak aan een doordacht plan. Om die reden mislukken de meeste surseances dan ook, hetgeen op zich jammer is omdat een goed voorbereide surseance van betaling absoluut succesvol kan zijn. Ook hier geldt dat vroegtijdige inschakeling van een faillissementsspecialist noodzakelijk is.

 

In een surseance van betaling wordt door de rechtbank een bewindvoerder aangesteld. Dit is geen curator! Een bewindvoerder bestuurt de onderneming samen met de bestuurder. Zij zijn gezamenlijk bevoegd. De bewindvoerder zal primair oog hebben voor het belang van de schuldeisers, waar de ondernemer er alles aan zal doen om de onderneming voort te zetten. In dit spanningsveld zal men het samen moeten zien te rooien en is men tot elkaar veroordeeld. De bewindvoerder zal dus moeten worden overtuigd door een goed doordacht plan van aanpak waarin alle financiële risico’s worden voorzien. Heeft een bewindvoerder geen vertrouwen meer in een goede afloop of ziet hij teveel risico’s, dan kan hij de rechtbank voorstellen het faillissement uit te spreken.

 

Met een goed plan is de bewindvoerder te overtuigen om de onderneming voort te zetten. Een tweede voorwaarde voor een succesvolle surseance van betaling is ook dat naar een oplossing voor de schuldeisers moet worden toegewerkt. Dat kan bijvoorbeeld door in de surseance van betaling een dwangakkoord aan te bieden. Met een dwangakkoord kan de ondernemer zijn schuldeisers – indien hij een meerderheid van stemmen heeft – dwingen genoegen te nemen met een bepaald percentage van hun vordering. De rest wordt kwijtgescholden. Op z’n vroegst kan een akkoord worden behandeld 3 maanden na het uitspreken van de surseance van betaling. Dat gebeurt dan op de schuldeisersvergadering die dan altijd gehouden wordt. Op die schuldeisersvergadering stemmen de schuldeisers dan over de verlenging van de surseance en over een eventueel aangeboden akkoord, mits dit akkoord tegelijkertijd met de surseance is aangeboden. Kortom, ook hier geldt dat het aan te bieden akkoord in de regel dus in het surseanceplan moet worden meegenomen.

 

Het plan van aanpak zal erop gericht moeten zijn dat de eerste drie maanden kunnen worden overleefd. Financiering van de activiteiten is daarbij noodzakelijk. Medewerking van de bank is daarbij gewenst en ook de leveranciers zullen bereid moeten zijn ondanks de openstaande schulden door te blijven leveren. Maar met een pot met goud aan de horizon is de prikkel wellicht groot genoeg.

 

Een surseance van betaling kan vooral succesvol zijn bij tijdelijke liquiditeitskrapte, een gelegd beslag (beslagen vervallen!), een ongewisse uitkomst van een incassoprocedure en de daaruit volgende betaling of een pure sanering van schulden. In alle gevallen moet de exploitatie daarna weer gezond zijn wil de surseance van betaling kans van slagen hebben.

 

Een voorbeeld van een succesvolle surseance van betaling is een bedrijf geweest dat te kampen had met een onredelijke kredietopzegging en op zoek moest naar een nieuwe financier maar daar meer tijd voor nodig had. Het samenspel tussen faillissementsadvocaat en bewindvoerder maakte daarbij dat de bank door bleef financieren, waardoor de onderneming haar lopende verplichtingen kon voldoen en een nieuwe financier heeft gevonden binnen drie maanden. Op de schuldeisersvergadering werd een akkoord aangeboden waarbij de schuldeisers uiteindelijk nog 35% kregen uitgekeerd, waar zij anders niets hadden gehad. Na drie maanden surseance eindigde deze met een dwangakkoord. Resultaat was een gezonde onderneming die nog steeds goede contacten met de meeste van haar schuldeisers onderhoudt.

^ Naar boven