Dwangakkoord

Het dwangakkoord is toe te passen in de surseance van betaling, het faillissement en de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). Het heeft een wettelijke basis.

 

Uitgangspunt is dat een akkoord wordt aangeboden aan de concurrente schuldeisers. Kortgezegd zijn dat de gewone schuldeisers die op de crediteurenlijst in de boekhouding staan. Sommige crediteuren hebben een wettelijke voorrang, zoals fiscus, UWV, bank of werknemers. Zij kunnen toetreden tot het akkoord, maar hebben de vrijheid dat ook niet te doen en volledige betaling te verlangen. Niettemin hebben de fiscus en het UWV het beleid zich wel aan het akkoord te conformeren onder de voorwaarde dat zij het dubbele percentage krijgen van hetgeen de concurrente schuldeisers ontvangen.

 

Het akkoord behelst in de basis een regeling waarbij de ondernemer aan zijn schuldeisers een percentage van hun vordering aanbiedt. Er zijn akkoorden van slechts luttele procenten.

 

Het akkoord is met name een oplossing voor mensen die privé failliet zijn of in een WSNP zitten en van hun schulden af willen geraken. Ook voor ondernemingen (en dat kunnen ook eenmanszaken en VOF’s zijn) in een surseance van betaling kunnen belang hebben bij een akkoord, omdat zij op die wijze zowel hun onderneming behouden als ook hun schulden kwijtraken.

 

De procedure die bij een akkoord moet worden gevolgd is eenvoudig. Het verstandigste is om een insolventieadvocaat in te schakelen.

 

^ Naar boven